ECLI:NL:RBDHA:2025:22274

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 november 2025
Publicatiedatum
26 november 2025
Zaaknummer
NL25.52840
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen op grond van Dublinverordening

Op 24 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak van eiseres, die een asielaanvraag had ingediend. De rechtbank oordeelde dat de minister van Asiel en Migratie de aanvraag niet in behandeling had genomen, omdat Spanje verantwoordelijk was voor de behandeling van de aanvraag. Eiseres, geboren in 1996 en van Sierra Leoonse nationaliteit, had op 11 juli 2025 haar asielaanvraag ingediend. De rechtbank stelde vast dat Spanje op 8 september 2025 het verzoek om overname had aanvaard, waardoor de verantwoordelijkheid van Spanje vaststond. Eiseres voerde aan dat het aanmeldgehoor onzorgvuldig was verlopen en dat haar bezwaren tegen de overdracht aan Spanje niet adequaat waren behandeld. De rechtbank verwierp deze argumenten, omdat er geen miscommunicatie was gebleken en eiseres niet had aangetoond dat zij in haar belangen was geschaad. De rechtbank oordeelde verder dat de minister voldoende gemotiveerd had waarom hij geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid om de behandeling van de asielaanvraag aan zich te trekken. Eiseres had niet aannemelijk gemaakt dat een overdracht aan Spanje in strijd zou zijn met de mensenrechten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de proceskosten af.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.52840

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres],

V-nummer: [V-nummer], eiseres
(gemachtigde: mr. J.J. Bronsveld),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Met het besluit van 28 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiseres stelt te zijn geboren op [datum] 1996 en de Sierra Leoonse nationaliteit te hebben. Op 11 juli 2025 heeft eiseres een asielaanvraag ingediend.
2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen. [2] Uit onderzoek in EU-Vis is gebleken dat eiseres door de buitenlandse vertegenwoordiging van Spanje in het bezit is gesteld van een visum, dat geldig was van 28 juni 2025 tot 22 juli 2025. Op grond van artikel 12, derde lid, van de Dublinverordening [3] heeft Nederland op 21 augustus 2025 aan Spanje een verzoek om overname gedaan. De autoriteiten van Spanje hebben het verzoek op 8 september 2025 op grond van artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening aanvaard, waarmee de verantwoordelijkheid van Spanje vaststaat.
3. Eiseres voert hiertegen het volgende aan. Eiseres meent dat het aanmeldgehoor volstrekt onzorgvuldig tot stand is gekomen. Er zijn vrijwel geen vragen aan eiseres gesteld en het enkele feit dat eiseres heeft aangegeven dat zij de tolk kon verstaan, doet niet af aan de beperkte strekking van het aanmeldgehoor. Bovendien is verweerder in het voornemen ook niet ingegaan op de bezwaren die eiseres naar voren heeft gebracht in het kader van haar overdracht. Het voornemen bestaat immers enkel uit standaard overwegingen. Eiseres meent dat zij daardoor in haar belangen in geschaad. Voorts verwijst eiseres naar hetgeen zij in de zienswijze heeft aangevoerd ten aanzien van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en stelt dat dit in het bestreden besluit onvoldoende is weerlegd. Voorts heeft eiseres duidelijk aangegeven wat haar problemen zijn geweest in Spanje. Zij is slachtoffer geweest van mensenhandel waardoor terugkeer naar Spanje niet mogelijk is. De uitspraak van rechtbank Den Haag waarnaar in het bestreden besluit is verwezen maakt dat niet anders. Eiseres verwijst hierbij ook naar de uitspraak van rechtbank Haarlem van 19 september 2025. [4]
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt dat het gehoor onzorgvuldig is geweest. De rechtbank acht hiervoor van belang dat niet is gebleken van miscommunicatie tussen eiseres en de tolk. Het gehoor is goed verlopen en er zijn geen correcties en aanvullingen ingediend na afloop van het gehoor. Bovendien heeft eiseres niet geconcretiseerd welke zaken zij niet naar voren heeft kunnen brengen tijdens het gehoor. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
5. Eiseres wordt ook niet gevolgd in haar betoog dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid, omdat in het voornemen niet gemotiveerd is ingegaan op de bezwaren van eiseres tegen overdracht aan Spanje. De rechtbank verwijst in dit kader naar de uitspraak van de Afdeling [5] van 23 november 2023, waarin verweerder op een vergelijkbare manier heeft gehandeld. [6] De Afdeling oordeelde dat een standaardvoornemen niet betekent dat de besluitvorming onzorgvuldig is. Dat in het voornemen slechts algemene overwegingen zijn opgenomen en de verklaringen van eiseres hierin niet expliciet zijn meegenomen, maakt dan ook niet dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid. Het voornemen is namelijk geen op rechtsgevolg gericht besluit, maar een voorbereidingshandeling. Bovendien is in het voornemen van verweerder voldoende duidelijk uiteen gezet op welke gronden Spanje verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiseres. Eiseres heeft door middel van het indienen van een zienswijze de gelegenheid gekregen om te reageren op het voornemen en heeft hier ook gebruik van gemaakt. Verweerder is in het bestreden besluit op de zienswijze ingegaan en heeft hierbij ook de verklaringen van eiseres in het gehoor betrokken. Eiseres is hierdoor in staat gesteld om alle relevante informatie naar voren te brengen. Daarbij komt dat niet gebleken is dat eiseres door deze gang van zaken in haar belangen is geschaad.
6. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag verweerder in het algemeen ervan uitgaan dat Spanje zijn verdragsverplichtingen nakomt. Van dit uitgangspunt wordt slechts afgeweken als eiseres aannemelijk maakt dat het asiel- en opvangsysteem in Spanje dusdanige tekortkomingen vertoont dat zij bij overdracht aan Spanje een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 van het EVRM [7] of artikel 4 van het Handvest. [8] Daarvan is pas sprake als die tekortkomingen structureel zijn en een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken, zoals bedoeld in het arrest Jawo.
7. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat een overdracht aan Spanje strijd oplevert met artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest. De Afdeling heeft onder meer bij uitspraken van 8 juli 2021 [9] , 24 juni 2024 [10] en 6 mei 2025 [11] bevestigd dat verweerder ten aanzien van Spanje van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan uitgaan. Het meest recente door eiseres aangehaalde AIDA-rapport laat geen wezenlijk ander beeld zien dan de eerdere AIDA-rapporten die bij deze uitspraken zijn betrokken. Hoewel het lastig kan zijn voor Dublinclaimanten om toegang te verkrijgen tot opvangvoorzieningen, blijkt niet dat dergelijke voorzieningen voor hen stelselmatig niet bereikbaar zijn. Uit het AIDA-rapport volgt dan ook niet dat er sprake is van structurele tekortkomingen in de opvang en ook niet dat eiseres als Dublinclaimant in Spanje geen recht zal hebben op opvang. Verder merkt verweerder terecht op dat eiseres geen asielaanvraag heeft ingediend in Spanje en dus niet uit eigen ervaringen kan putten. Bovendien hebben de Spaanse autoriteiten met het claimakkoord gegarandeerd dat ze de asielaanvraag van eiseres in behandeling zullen nemen met inachtneming van de Europese asiel- en opvangrichtlijnen. Als eiseres toch moeilijkheden ervaart, ligt het op haar weg om daarover te klagen bij de (hogere) autoriteiten of de daartoe geëigende instanties in Spanje. Niet is gebleken dat eiseres in het verleden geprobeerd heeft te klagen in Spanje. Dat dit voor haar niet mogelijk, uiterst moeilijk of bij voorbaat zinloos is, is niet gebleken. Ook is niet gebleken dat de autoriteiten van Spanje haar niet zouden kunnen of willen helpen.
8. Verweerder heeft voorts in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd waarom hij geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om op grond van artikel 17 van de Dublinverordening de behandeling van de asielaanvraag van eiseres aan zich te trekken. De verklaringen van eiseres over mensenhandel heeft verweerder onvoldoende kunnen achten om van de overdracht aan Spanje af te zien vanwege een onevenredige hardheid. Daarbij heeft verweerder mogen betrekken dat eiseres in Nederland geen aangifte heeft gedaan van mensenhandel en dat zij na overdracht in Spanje ook aangifte kan doen van mensenhandel. Bovendien heeft eiseres niet nader onderbouwd met (medische) documenten dat is gebleken van (ernstige) psychische gevolgen van haar ervaringen in Spanje. Er zijn daarom geen aanwijzingen dat eiseres in Nederland specialistische zorg nodig heeft of een behandeling dient te ondergaan.
9. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is kennelijk ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt.
10. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 24 november 2025 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
3.Verordening (EU) nr. 604/2013.
5.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
7.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden.
8.Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.