ECLI:NL:RBDHA:2025:22272

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
26 november 2025
Zaaknummer
NL25.55481
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervolgberoep bewaring en verzoek om schadevergoeding in vreemdelingenzaak

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een vervolgberoep tegen de maatregel van bewaring van een Algerijnse eiser, die op 18 september 2025 door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd. De eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek op 19 november 2025 gesloten zonder zitting. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring getoetst en vastgesteld dat deze tot het sluiten van het onderzoek op 5 november 2025 rechtmatig was. De eiser heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangedragen die een andere beoordeling rechtvaardigen. De rechtbank concludeert dat er zicht op uitzetting naar Algerije bestaat en dat er geen stilzitten aan de zijde van de verweerder is. Het beroep van de eiser is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen. De uitspraak is openbaar gemaakt op www.rechtspraak.nl.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.55481

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 18 september 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 19 november 2025 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Algerijnse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum] 1994.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring en het voortduren daarvan al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 24 september 2025 [1] en 12 november 2025 [2] volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die laatste uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in dat beroep op 5 november 2025.
4. Eiser verzoekt om heroverweging van de uitspraak van 12 november 2025. Verweerder heeft een maand lang niets ondernomen. Verder is niet ambtshalve ingegaan op eventueel zicht op uitzetting. Eiser heeft geen documenten en de autoriteiten zullen daarom geen reactie geven, omdat er alleen presentaties plaatsvinden indien de nationaliteit kan worden vastgesteld. Daarnaast is er geen bewijs dat de lp-aanvraag op 18 september 2025 is verzonden. Dit blijkt niet uit het voortgangsrapport (formulier M-120). Verweerder erkent nota bene zelf dat er sprake is van stilzitten.
5. De rechtbank stelt vast dat de gronden met name gericht zijn tegen de uitspraak van 12 november 2025. Deze uitspraak staat in rechte vast. Eiser heeft geen nieuwe feiten en omstandigheden aangedragen dan waarover al is beslist en die maken dat nu anders moet worden geoordeeld.
6. In zijn algemeenheid bestaat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije. Niet is gebleken dat in het specifieke geval van eiser zicht op uitzetting ontbreekt. De stelling van eiser dat er geen zicht is op uitzetting, omdat eiser geen documenten heeft, wordt niet gevolgd. Een presentatie heeft immers tot doel het vaststellen van iemands identiteit en nationaliteit, in het geval van het ontbreken van documenten.
7. Evenmin is sprake van stilzitten aan de zijde van verweerder. Op 11 november 2025 heeft nog een vertrekgesprek met eiser plaatsgevonden.
8. De rechtbank komt ambtshalve niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 25 november 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.