Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:22263

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 oktober 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
NL25.47761
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbVerordening (EU) Nr. 604/2013ECLI:NL:RVS:2016:353ECLI:NL:RVS:2024:1444ECLI:EU:C:2017:127
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoeker aan Slowakije wegens medische omstandigheden

Verzoeker, een asielzoeker met de Azerbeidzjaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Slowakije verantwoordelijk is. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening om overdracht aan Slowakije te voorkomen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang vanwege een geplande overdracht op 3 november 2025. Verzoeker heeft een GGZ-rapport overgelegd dat een hoog suïciderisico en meerdere suïcidepogingen bevestigt, wat niet in het bestreden besluit is betrokken. Verweerder heeft nagelaten hier adequaat op te reageren.

Gezien de ernstige medische omstandigheden en het risico op onomkeerbare gezondheidsschade acht de voorzieningenrechter het belang van verzoeker zwaarder dan dat van verweerder. Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de overdracht wordt geschorst totdat op het beroep is beslist. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Slowakije geschorst totdat op het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.47761

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [v-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. H.M. Pot),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

(gemachtigde: mr. J. Ohrtmann).

Procesverloop

Bij besluit van 11 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Slowakije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. [1] Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. [2] Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?
1. Verzoeker heeft de Azerbeidzjaanse nationaliteit en stelt te zijn geboren op
18 juli 1995. De asielaanvraag van verzoeker is niet in behandeling genomen, omdat Slowakije volgens verweerder verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. [3] Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit [4] en bij het beroep dit verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
2. Op 24 oktober 2025 heeft verweerder aan verzoeker laten weten dat er voor hem een overdracht gepland staat op 3 november 2025 naar Slowakije. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen deze geplande overdracht en daarbij een nieuw verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om te voorkomen dat hij wordt overgedragen voordat zijn beroep op zitting wordt behandeld. [5]
3. Verzoeker heeft al een rechtsmiddel aangewend tegen het besluit waaruit de overdrachtsbevoegdheid voortvloeit en tevens een daaraan gekoppeld verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Daarop is nog niet beslist door de rechtbank. Het bezwaar tegen de feitelijke uitzetting en het nieuw ingediende verzoek om een voorlopige voorziening moeten daarom als een aanvullende motivering van het eerder ingediende verzoek om een voorlopige voorziening (bekend onder het onderhavige zaaknummer) worden aangemerkt. [6] De voorzieningenrechter beslist daarop met deze uitspraak.
Wat vinden verzoeker en verweerder?
4. Verzoeker is het niet eens met de geplande overdracht. Allereerst betoogt hij dat hij niet mag worden overgedragen, omdat hij tijdig een beroep en een verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingediend tegen het bestreden besluit. De rechtsgevolgen zijn daarom opgeschort totdat op zijn beroep is beslist. Verder betoogt verzoeker dat zijn medische omstandigheden maken dat hij niet mag worden overgedragen. Hij is zeer kwetsbaar en heeft meerdere suïcidepogingen gedaan. Verzoeker verwijst hiervoor naar het arrest C.K. van het Hof van Justitie [7] en naar een GGZ-rapport dat zijn medische omstandigheden onderbouwt.
5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat verzoeker zijn beroep niet in Nederland mag afwachten, omdat verzoeker binnen 24 uur een verzoek om een voorlopige voorziening had moeten indienen. Dat heeft hij niet gedaan. Verder vindt verweerder dat de medische omstandigheden van verzoeker niet maken dat van een overdracht moet worden afgezien. Verzoeker heeft niet met stukken onderbouwd dat sprake is van een situatie als bedoeld in het arrest C.K. en bovendien heeft hij geen nieuwe omstandigheden aangevoerd. De medische omstandigheden zijn in het bestreden besluit al voldoende betrokken en beoordeeld.
Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?
Spoedeisende belang
6. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Deze procedure kan alleen worden gevoerd als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. Voordat de zaak inhoudelijk kan worden behandeld, moet eerst worden beoordeeld of er sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.
7. De voorzieningenrechter is van oordeel dat sprake is van spoedeisend belang. In het bestreden besluit staat dat verzoeker zijn beroepsprocedure alleen mag afwachten in Nederland als hij binnen 24 uur na het bestreden besluit een verzoek om een voorlopige voorziening indient. Verzoeker heeft dat niet gedaan. Het enkel indienen van het verzoek maakt dan ook op zichzelf nog niet dat verweerder dient af te zien van de overdracht, zoals zou zijn gebeurd als het verzoek binnen de genoemde termijn zou zijn ingediend. Nu verweerder daadwerkelijk een vlucht heeft gepland voor 3 november 2025, bestaat aanleiding om spoedeisend belang aan te nemen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening
8. De voorzieningenrechter beperkt zich in dit geval tot een belangenafweging. Gelet op de aard van deze (spoed)procedure en het feit dat sprake is van nieuwe informatie ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor een (voorlopig) inhoudelijk oordeel.
9. Het belang van verzoeker is om in Nederland zijn beroepsprocedure tegen het bestreden besluit af te wachten vóórdat hij (eventueel) wordt overgedragen aan Slowakije. In het specifieke geval van verzoeker acht de voorzieningenrechter dat een zwaarwegend belang. De voorzieningenrechter gaat daar hieronder op in.
10. Uit het arrest CK volgt dat niet kan worden uitgesloten dat de overdracht van een asielzoeker met een ernstige mentale aandoening op zichzelf bezien een reëel en bewezen risico op een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van diens gezondheidstoestand kan inhouden. Wanneer de vreemdeling objectieve gegevens overlegt die de bijzondere ernst van zijn gezondheidstoestand en ook de aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen daarvoor van een overdracht aantonen, moet verweerder daarom bij het nemen van het overdrachtsbesluit beoordelen wat het risico is dat die gevolgen zich voordoen. [8]
11. De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker een GGZ-rapport heeft overgelegd waarin vermeld staat dat er bij hem sprake is van een hoog suïciderisico. Ook blijkt uit het rapport dat verzoeker meerdere keren een suïcidepoging heeft gedaan middels intoxicatie en dat hij een concreet plan heeft of had voor een nieuwe suïcidepoging. Dit rapport is in het bestreden besluit niet betrokken. Dit kon ook niet, omdat het rapport van een dag ná het bestreden besluit dateert. Verweerder heeft echter nagelaten om in het verweerschrift in te gaan op dit rapport. Verweerder heeft in het verweerschrift enkel gesteld dat verzoeker zijn medische omstandigheden niet heeft onderbouwd, dat hij geen nieuwe omstandigheden naar voren heeft gebracht en dat de medische situatie al is beoordeeld in het bestreden besluit. De voorzieningenrechter is van oordeel dat onder deze omstandigheden niet zonder nader onderzoek in de bodemprocedure kan worden geoordeeld dat het bestreden besluit en een eventuele overdracht rechtmatig is. Het ligt op de weg van verweerder om een gemotiveerd standpunt in te nemen over het GGZ-rapport en vervolgens is het aan de rechtbank om daar in de beroepsprocedure een oordeel over te geven.
12. De voorzieningenrechter betrekt verder dat de overdrachtstermijn wordt opgeschort bij toewijzing van het verzoek. Daardoor wordt het belang van verweerder – om verzoeker eventueel over te dragen – niet onmogelijk gemaakt door het toewijzen van het verzoek. Het overdragen van verzoeker kan daarentegen onomkeerbare gevolgen hebben. Tot slot betrekt de voorzieningenrechter dat het beroep van verzoeker op zeer korte termijn op zitting wordt behandel (10 november 2025).

Conclusie en gevolgen

13. Gelet op het voorgaande acht de voorzieningenrechter het belang van verzoeker - om de behandeling van zijn beroep hier af te wachten - groter dan het belang van verweerder om verzoeker op 3 november 2025 over te dragen. De voorzieningenrechter zal het verzoek dan ook toewijzen en bepalen dat verzoeker niet mag worden overgedragen totdat op zijn beroep is beslist.
14. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan verzoeker een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Slowakije totdat is beslist op het beroep;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 907,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.F.A. Bleichrodt, griffier. De beslissing is op 31 oktober 2025 telefonisch medegedeeld aan partijen.
Een afschrift van deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zaaknummer: NL25.47760.
2.Op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Op grond van de Dublinverordening (Verordening (EU) Nr. 604/2013).
4.Zaaknummer: NL25.47761.
5.Het zaaknummer van het nieuwe verzoek om een voorlopige voorziening is NL25.53168.
6.Voor het voorgaande wijst de voorzieningenrechter op vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter (de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, hierna: de Afdeling). Zie bijvoorbeeld de uitspraken van 5 februari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:353) en 4 april 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1444).
7.Het arrest C.K. van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 16 februari 2016 (C-578/16), ECLI:EU:C:2017:127.
8.Zie de uitspraak van de Afdeling van 29 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4919.