ECLI:NL:RBDHA:2025:22255
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens onvoldoende leeftijdsonderzoek
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, die door verweerder niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat het leeftijdsonderzoek van verweerder onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd was, waarbij verweerder uitging van een andere geboortedatum dan eiser zelf had opgegeven.
De rechtbank oordeelde dat de leeftijdsschouwen, uitgevoerd door medewerkers van DISA en IND, niet voldoende zorgvuldig, inzichtelijk en concludent waren. De rapporten bevatten een opsomming van lichamelijke kenmerken en gedragingen zonder duidelijke motivering waarom deze kenmerken meerderjarigheid zouden aantonen. Het geringe leeftijdsverschil van een half jaar tussen de opgegeven geboortedatum en de vastgestelde datum werd niet adequaat toegelicht.
Op grond hiervan concludeerde de rechtbank dat de leeftijdsschouwen geen bruikbaar middel waren om de leeftijd vast te stellen en dat de presumptie van minderjarigheid geldt. Het bestreden besluit was daarom in strijd met de Algemene wet bestuursrecht en werd vernietigd. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen rekening houdend met deze uitspraak.