Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder
Procesverloop
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.C. Simonis, griffier.
Rechtbank Den Haag
Deze uitspraak betreft de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een visum kort verblijf. Eiser, geboren in 1990 en van Dominicaanse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend om zijn partner in Nederland te bezoeken. De aanvraag werd afgewezen door de minister van Buitenlandse Zaken, omdat het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet voldoende waren aangetoond. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt, maar de afwijzing bleef in stand. De rechtbank heeft het beroep van eiser gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand gelaten. Dit betekent dat de afwijzing van het visum blijft bestaan, omdat er redelijke twijfel bestaat over het voornemen van eiser om Nederland tijdig te verlaten. De rechtbank heeft vastgesteld dat de sociale en economische binding van eiser met de Dominicaanse Republiek onvoldoende is aangetoond. Eiser heeft geen overtuigend bewijs geleverd van zijn economische situatie en zijn sociale binding met zijn land van herkomst is als gering beoordeeld. De rechtbank heeft ook geoordeeld dat de minister niet verplicht was om eiser te horen in de bezwaarprocedure, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De rechtbank heeft de proceskosten en het griffierecht aan eiser toegewezen.