ECLI:NL:RBDHA:2025:22241
Rechtbank Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende goed vertrouwen en nakoming
De heer en mevrouw hebben een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) met een verzoek tot vervroegde ingangsdatum. De rechtbank heeft dit verzoek behandeld op 6 november 2025 en op 20 november 2025 uitspraak gedaan.
Uit het schuldenoverzicht blijkt een problematische schuldenlast van €218.481,82, waarmee aan de eerste toelatingsvoorwaarde is voldaan. De schulden zijn grotendeels ontstaan door de slechte gang van zaken van de onderneming van de heer, die als zelfstandig ondernemer actief is. De rechtbank acht het echter niet aannemelijk dat de rechter-commissaris toestemming zal geven voor voortzetting van zijn zelfstandige activiteiten, mede vanwege onvoldoende controleerbare administratie.
Mevrouw werkt parttime en heeft nog niet gesolliciteerd naar fulltime werk vanwege zorg voor de kinderen. Daarnaast zijn er onduidelijkheden en ontbrekende schulden in het overzicht, waaronder terug te betalen toeslagen en schulden aan het CJIB. De rechtbank concludeert dat er gegronde vrees bestaat dat de heer en mevrouw de verplichtingen uit de WSNP niet naar behoren zullen nakomen.
Ook is onvoldoende aannemelijk dat zij te goeder trouw zijn geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden, mede door het sturen van geld naar Polen en recente boetes. Het beroep op de hardheidsclausule wordt verworpen omdat de omstandigheden niet onder controle zijn. De rechtbank wijst het verzoek tot toepassing van de WSNP af.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de WSNP wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van goed vertrouwen en nakoming van verplichtingen.