ECLI:NL:RBDHA:2025:22200
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewaring en zicht op uitzetting in vreemdelingenrechtelijke procedure
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 20 november 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke procedure betreffende de maatregel van bewaring van een vreemdeling. De eiser, die in deze procedure wordt vertegenwoordigd door mr. A. Agayev, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 9 oktober 2025 door de minister van Asiel en Migratie is opgelegd. De rechtbank heeft vastgesteld dat de maatregel van bewaring rechtmatig was tot het sluiten van het onderzoek op 22 oktober 2025, en dat de toetsing van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel zich beperkt tot de periode daarna.
De rechtbank heeft overwogen dat er zicht op uitzetting naar Nigeria bestaat, gebaseerd op informatie van de DT&V en eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank heeft ook geconstateerd dat de situatie van de eiser ongewijzigd is ten opzichte van eerdere procedures, en dat hij onvoldoende heeft gedaan om zijn identiteit vast te stellen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister voldoende voortvarend handelt in de uitzettingsprocedure, en dat er geen redenen zijn om te twijfelen aan de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring.
Uiteindelijk heeft de rechtbank het beroep van de eiser ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze beslissing.