In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, uitspraak gedaan in een beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie op haar asielaanvraag. Eiseres had eerder een procedure aangespannen waarin de rechtbank de minister had opgedragen om binnen zestien weken een besluit te nemen. De rechtbank had daarbij een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn werd overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Eiseres heeft nu opnieuw beroep ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 7 juli 2023. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, en heeft de minister opgedragen om binnen vier weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Indien de minister deze termijn overschrijdt, is hij opnieuw een dwangsom van € 100,- per dag verschuldigd, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet de minister de proceskosten van eiseres vergoeden, vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, in aanwezigheid van griffier K.D.M. Nijholt, en is openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.