ECLI:NL:RBDHA:2025:22098
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van bezwaarschriften wegens ontbreken van bezwaargronden tegen UWV-besluiten
Eiser ontving een WIA-uitkering en toeslag die het UWV herzag en lager vaststelde, met terugvordering van te veel ontvangen bedragen en een boete. Eiser diende pro-forma bezwaarschriften in zonder de gronden tijdig aan te vullen. Het UWV verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van de redenen van bezwaar. Eiser stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De rechtbank beoordeelde of eiser verschoonbaar in verzuim was en oordeelde dat het UWV voldoende pogingen had gedaan om contact te zoeken en een redelijke termijn had geboden om de gronden alsnog in te dienen. Eiser reageerde niet en onderbouwde zijn medische situatie niet voldoende. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel werd verworpen omdat eiser onvoldoende inging op zijn individuele situatie.
De rechtbank concludeerde dat de bezwaren terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard en verklaarde de beroepen ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter Overdijk op 21 november 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat de bezwaarschriften terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard wegens het ontbreken van bezwaargronden.