Eiser heeft op 22 maart 2024 een asielaanvraag ingediend bij de minister van Asiel en Migratie. Na het verstrijken van de beslistermijn stuurde eiser op 23 juni 2025 een ingebrekestelling aan verweerder, die daarop niet alsnog een besluit nam. Eiser stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen zestien weken na verzending van deze uitspraak alsnog moet besluiten, of binnen acht weken indien eiser inmiddels is gehoord over zijn asielmotieven. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast krijgt eiser een vergoeding van € 453,50 voor proceskosten, gebaseerd op de bijstand door zijn gemachtigde. De uitspraak is gedaan door rechter S.N. Abdoelkadir en griffier J. Dommerholt en is openbaar bekendgemaakt op 12 november 2025.