ECLI:NL:RBDHA:2025:21892
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser diende op 24 april 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister wees deze aanvraag op 4 augustus 2025 af en legde tevens een terugkeerbesluit op. Eiser stelde beroep in tegen deze afwijzing.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld, na toestemming van partijen, en sloot het onderzoek. De kernvraag was of eiser nog procesbelang had bij het beroep, nu de minister had gemeld dat eiser op 2 september 2025 met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde van eiser gaf aan geen contact meer te hebben met eiser en niet te weten waar hij verbleef.
De rechtbank overwoog dat bij vertrek met onbekende bestemming het beroep alleen ontvankelijk blijft als er recente aanwijzingen zijn dat de vreemdeling nog contact onderhoudt over de procedure of anderszins belang heeft. In dit geval ontbraken dergelijke aanwijzingen en was er geen concreet bewijs dat eiser nog bescherming zoekt. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en gebrek aan procesbelang.