ECLI:NL:RBDHA:2025:21717
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht onder Richtlijn tijdelijke bescherming Oekraïense nationaliteit
Eiser, een Oekraïense student geboren in 2004, vroeg tijdelijke bescherming aan onder de Richtlijn voor ontheemden uit Oekraïne. Verweerder stelde vast dat eiser vóór de peildatum van 27 november 2021 al uit Oekraïne vertrokken was om in Polen te studeren en dat hij onvoldoende aannemelijk maakte dat hij door de oorlog ontheemd was geraakt.
Eiser voerde aan dat zijn persoonlijke en sociale belangen nog steeds in Oekraïne lagen en dat hij bij terugkeer in december 2021 de intentie had zich duurzaam te vestigen. De rechtbank oordeelde echter dat het simpelweg verlaten van Oekraïne voor studie niet betekent dat het centrum van zijn belangen niet meer daar lag. Bovendien was eiser niet geslaagd in het aantonen van een duurzame vestigingsintentie bij zijn terugkeer.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, waardoor het besluit van verweerder in stand bleef en eiser geen recht had op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit dat hij geen verblijfsrecht heeft onder de Richtlijn blijft in stand.