Eiseres, van Egyptische nationaliteit, verzocht op 12 september 2023 om een verblijfsvergunning asiel, nadat zij Egypte had verlaten vanwege vermeende politieke problemen. Zij stelde dat zij en haar familieleden politieke opposanten waren en dat zij risico liepen op vervolging door de Egyptische autoriteiten. De minister wees haar aanvraag op 20 augustus 2024 af wegens gebrek aan geloofwaardige aanwijzingen dat zij een reëel risico liep.
De rechtbank behandelde het beroep op 22 juli 2025 en oordeelde dat de minister het besluit voldoende had gemotiveerd. De invallen door de veiligheidsdiensten waren gericht op haar dochter en niet op eiseres zelf. Haar politieke activiteiten waren marginaal en dateren van vóór 2013, waardoor zij niet viel onder de risicogroep van politieke opposanten volgens het beleid van vóór 1 juli 2024.
De rechtbank stelde vast dat het nieuwe risicoprofielenbeleid niet van toepassing was op het besluit en dat eiseres onvoldoende had onderbouwd dat zij bij terugkeer in Egypte een reëel risico liep, ook niet vanwege het verlopen paspoort. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.