ECLI:NL:RBDHA:2025:2164
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen terugvordering en boete WIA-uitkering wegens niet gemelde werkzaamheden
Eisers ontvingen vanaf 2020 een WIA-uitkering. Na een melding van het Centraal Meldpunt Fraude startte het UWV een onderzoek naar vermeende niet gemelde werkzaamheden van eisers in het bedrijf van hun zoon. Uit waarnemingen, bankafschriften en verklaringen concludeerde het UWV dat eisers op geld waardeerbare activiteiten verrichtten zonder dit te melden, wat leidde tot herziening, terugvordering van teveel ontvangen uitkering en oplegging van een boete.
Eisers voerden aan dat zij geen inkomsten uit arbeid ontvingen maar leningen, en dat zij het pand alleen gebruikten voor opslag van goederen voor Oekraïne. Zij betwistten de waarnemingen en stelden dat bepaalde handelingen vanwege medische beperkingen niet mogelijk waren. De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende aannemelijk had gemaakt dat eisers structureel werkzaamheden verrichtten, dat de medische beperkingen niet uitsloten dat zij de geconstateerde werkzaamheden konden verrichten, en dat de terugvordering en boete terecht waren opgelegd.
De rechtbank verwierp het beroep van eisers en bevestigde dat het UWV de bewijslast had voldaan en dat eisers hun inlichtingenplicht hadden geschonden. Ook werd het beroep op de Arbeidstijdenwet door de rechtbank afgewezen omdat deze wet niet aan het UWV kan worden tegengeworpen. De beroepen werden ongegrond verklaard en eisers kregen geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De beroepen van eisers tegen de herziening, terugvordering en boete op hun WIA-uitkering worden ongegrond verklaard.