Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[eiser] te [woonplaats 1] ,2. [eiseres] te [woonplaats 2] ,
1.Waar gaat deze zaak over?
2.De procedure
3.De feiten
- de definitieve aanslag met nummer [aanslagnummer 1] van 23 juni 2017;
- de uitspraak op het bezwaarschrift van 29 augustus 2017;
- de definitieve aanslag met nummer [aanslagnummer 2] van 30 september 2016;
- de uitspraak op het bezwaarschrift van 11 april 2017;
- de herziene voorschotbeschikking van 31 december 2012, [beschikking 2] ;
- de herziene voorschotbeschikking van 22 januari 2013, [beschikking 3] ;
- de herziene voorschotbeschikking van 23 april 2013, [beschikking 4] ;
- de definitieve toekenning van 4 november 2016, [toekenning 1] ;
- de voorschotbeschikking van 27 december 2013, [beschikking 5] ;
- de herziene voorschotbeschikking van 21 maart 2014, [beschikking 6] ;
- de herziene voorschotbeschikking van 22 april 2014, [beschikking 7] ;
- de definitieve toekenning van 6 januari 2017, [toekenning 2] ;
- de herziene definitieve toekenning van 20 april 2018, [toekenning 3] ;
- de beslissing op bezwaar van 22 mei 2018, BOB KO10 BT17;
- de herziene definitieve toekenning van 21 juli 2018, [toekenning 4] ;
- de voorschotbeschikking van 27 december 2014, [beschikking 8] ;
- de herziene voorschotbeschikking van 21 augustus 2015, [beschikking 9] ;
- de definitieve toekenning van 26 januari 2018, [toekenning 5] ;
- de herziene definitieve toekenning van 20 april 2018, [toekenning 6] ;
- de beslissing op bezwaar van 22 mei 2018, BOB KO10 BT17;
- de herziene definitieve toekenning van 15 juni 2018, [toekenning 7] ;
- de herziene definitieve toekenning van 21 juli 2018, [toekenning 8] ;
- de herziene definitieve toekenning van 20 april 2018, [toekenning 9] ;
- de beslissing op bezwaar van 22 mei 2018, BOB KO10 BT17;
- de herziene definitieve toekenning van 15 juni 2018, [toekenning 10] ;
- de voorschotbeschikking van 28 december 2016, [beschikking 10] ;
- de herziene voorschotbeschikking van 22 mei 2017, [beschikking 11] ;
- de herziene voorschotbeschikking van 21 juli 2017, [beschikking 12] .
4.Het geschil
5.De beoordeling
- Het was [eiser] en [eiseres] niet toegestaan zich in te schrijven op het adres van de stacaravan in [plaats 2] en zij vreesden een hoge dwangsom van € 20.000 te verbeuren als gevolg van deze inschrijving.
- Zij verkeerden in de veronderstelling dat een inschrijving in de Basisregistratie Personen in Nederland nodig was om in aanmerking te komen voor de heffingskorting en zochten daarom een woning in Nederland. Zonder de heffingskorting konden zij namelijk niet rondkomen. Om een woning in Nederland te kunnen betalen, moesten zij de woning in [land] verkopen.
- Aan [eiser] en [eiseres] was geen heffingskorting verleend over 2015 en 2016 en zij hadden de rechtszaak daarover bij de rechtbank verloren. De invordering was volgens hen gedurende het hoger beroep bij het Gerechtshof stopgezet, maar zij vreesden het hoger beroep te verliezen. Ook hadden zij een schuld vanwege ontvangen zorgtoeslagen. Zij vreesden dat onder hen beslag zou worden gelegd zonder rekening te houden met de beslagvrije voet, omdat hun woning in [land] stond.