Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[partij A sub 1] te [woonplaats] ,
2.
[partij A sub 2]te [woonplaats] ,
Rechtbank Den Haag
Partijen zijn buren en verschillen van mening over eigendom van twee stroken grond die kadastraal aan gedaagde toebehoren. Eisers stellen dat zij door verjaring eigenaar zijn geworden van deze stroken, omdat zij deze als tuin hebben onderhouden en een heg als erfafscheiding fungeerde. De rechtbank stelt vast dat de eisers onvoldoende bewijs hebben geleverd voor onafgebroken bezit gedurende de vereiste termijn van tien of twintig jaar. De foto's en verklaringen bieden geen ondubbelzinnig bewijs van bezit en de stroken waren niet ontoegankelijk voor de eigenaar.
Daarnaast heeft gedaagde een hek geplaatst op zijn perceel, wat eisers als misbruik van bevoegdheid aanvoeren. De rechtbank oordeelt dat het plaatsen van het hek gerechtvaardigd is, mede op advies van de politie, en dat er geen sprake is van misbruik of disproportionaliteit. De vordering tot verwijdering van het hek wordt afgewezen.
In reconventie wordt vastgesteld dat de stroken grond eigendom zijn van gedaagde en worden eisers veroordeeld tot ontruiming en betaling van een dwangsom bij niet-naleving. Tevens worden zij veroordeeld tot vergoeding van de kosten van de grensreconstructie en de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. S.M. de Bruijn en op 12 november 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Eisers zijn niet door verjaring eigenaar geworden en moeten de stroken grond ontruimen en kosten vergoeden.