Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
dewoning aan de [adres 2] te Den Haag, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten die woning en voor de zich in en in de omgeving van die woning bevindende goederen en
- levensgevaar engevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de bewoners van die woning te duchten was;
hij op 9 maart 2025 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een explosief af te laten gaan bij
dewoning aan de [adres 3] te Den Haag, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten die woning en voor de zich in en in de omgeving van die woning bevindende goederen en
- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de bewoners van die woning te duchten was;
hij op 9 tot 10 maart 2025 te 's-Gravenhage en/of Dordrecht, althans in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van het te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het teweegbrengen van een ontploffing en/of brandstichting (een misdrijf genoemd in artikel 157 ahf Pro/sub 1 en ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk voorwerpen, bestemd tot het in vereniging, begaan van genoemd misdrijf, te weten een telefoon met daarop
- informatie met betrekking tot het adres aan de [adres 4] te 's-Gravenhage en
- foto's en opnames van (een) woning aan de [adres 4] te 's-Gravenhage en
- een
explosief,
kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf,
hebbenverworven en voorhanden hebben gehad;
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (ZES) JAREN;