ECLI:NL:RBDHA:2025:21171
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling en verzoek schadevergoeding
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd eerder getoetst bij uitspraken van 27 mei, 17 juni, 5 september en 2 oktober 2025. De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd waarop eiser heeft gereageerd.
De maatregel van bewaring is op 20 oktober 2025 opgeheven na een belangenafweging. De rechtbank heeft het vooronderzoek op 7 november 2025 gesloten en de zaak niet op zitting behandeld. De rechtbank stelt dat de maatregel tot het sluiten van het vorige onderzoek op 27 september 2025 rechtmatig was en beoordeelt alleen de periode daarna tot aan de opheffing.
De rechtbank ziet geen grond om de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel te betwisten en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.