ECLI:NL:RBDHA:2025:21104
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag van Marokkaanse eiser afgewezen wegens gebrek aan procesbelang na vertrek met onbekende bestemming
In deze uitspraak beoordeelt de Rechtbank Den Haag het beroep van een Marokkaanse eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. Eiser had op 2 augustus 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, maar deze werd op 16 augustus 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank heeft de zaak op 2 oktober 2025 behandeld, maar eiser en zijn gemachtigde waren niet verschenen. Eiser stelde dat hij mishandeld was door de autoriteiten in Marokko en dat hij had deelgenomen aan protesten. De rechtbank oordeelt dat de asielmotieven van eiser onvoldoende zwaarwegend zijn om hem als vluchteling te erkennen. Bovendien heeft eiser op 19 augustus 2025 de opvang met onbekende bestemming verlaten, wat leidt tot de conclusie dat hij geen procesbelang meer heeft bij zijn beroep. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.