ECLI:NL:RBDHA:2025:21074

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 oktober 2025
Publicatiedatum
10 november 2025
Zaaknummer
C/09/24/357 F
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van het bevel tot inbewaringstelling in faillissementszaak

In de zaak van het faillissement van [gefailleerde], geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats], heeft de curator op 10 oktober 2025 verzocht om verlenging van de inbewaringstelling van de gefailleerde. De rechtbank heeft kennisgenomen van verschillende stukken, waaronder de voordracht van de rechter-commissaris en het verzoekschrift van de curator. De rechtbank heeft vastgesteld dat de inbewaringstelling op 22 september 2025 tenuitvoergelegd is en dat [gefailleerde] op die dag is aangehouden. Tijdens een verhoor op 24 september 2025 is gebleken dat [gefailleerde] niet voldoet aan zijn informatieverplichtingen, wat de curator heeft doen besluiten om de inbewaringstelling te verlengen. De curator heeft aangegeven dat [gefailleerde] onvoldoende informatie heeft verstrekt over activa die tot de boedel behoren, waaronder sieraden en voertuigen. De rechter-commissaris steunt het verzoek van de curator, en de rechtbank heeft op 20 oktober 2025 besloten de inbewaringstelling met dertig dagen te verlengen, ingaande 22 oktober 2025. De rechtbank heeft geoordeeld dat de gronden voor de inbewaringstelling nog steeds aanwezig zijn, en dat de huidige situatie een voortgezette inbreuk op de persoonlijke vrijheid van [gefailleerde] rechtvaardigt. De rechtbank heeft ook overwogen dat een minder ingrijpende maatregel niet mogelijk is, gezien de eerdere toezeggingen van [gefailleerde] om medewerking te verlenen die niet zijn nagekomen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies – meervoudige kamer
insolventienummer: C/09/24/357 F
uitspraakdatum : 20 oktober 2025
In het faillissement van:
[gefailleerde] (hierna: [gefailleerde] ),
geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats] ,
woonadres: [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
gefailleerde,
heeft de curator, mr. M.M.E. van Veen-Oudenaarden (hierna: de curator), op 10 oktober 2025 verzocht de inbewaringstelling van [gefailleerde] te verlengen.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de hierna genoemde stukken:
- de voordracht van de rechter-commissaris tot inbewaringstelling van 9 september 2025 en het bevel van de rechtbank tot inbewaringstelling van 9 september 2025;
- het verzoekschrift, met bijlagen, van de curator van 10 oktober 2025 tot verlenging van de inbewaringstelling;
- het advies van de rechter-commissaris van 14 oktober 2025 naar aanleiding van het verlengingsverzoek van de curator van 10 oktober 2025.
1.2.
Het bevel tot inbewaringstelling van 9 september 2025 is op 22 september 2025 tenuitvoergelegd. [gefailleerde] is op die dag aangehouden en in bewaring gesteld op het politiebureau. Daar heeft de curator hem diezelfde dag tezamen met een kantoorgenoot bezocht.
1.3.
Op 24 september 2025 heeft het verhoor op grond van artikel 5, eerste lid, van het EVRM plaatsgevonden. Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- [gefailleerde] , alsmede mr. H. Weisfelt, zijn advocaat (hierna: mr. Weisfelt);
- de curator, vergezeld door haar kantoorgenoten mr. C. Streelder en
mr. L.E. Burggraaff.
1.4.
Naar aanleiding van voormeld verhoor heeft de rechtbank geen aanleiding gezien
het bevel tot inbewaringstelling te schorsen of op te heffen. Dit houdt in dat de termijn van dertig dagen van de inbewaringstelling loopt tot en met 21 oktober 2025.
1.5.
De behandeling van het verzoek tot verlenging van de inbewaringstelling heeft plaatsgevonden op 16 oktober 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen en gehoord:
- [gefailleerde] ;
- mr. Weisfelt;
- de curator, vergezeld door haar kantoorgenote mr. L.E. Burggraaff.
1.6.
De rechtbank heeft meegedeeld dat op 20 oktober 2025 uitspraak wordt gedaan.

2.Standpunt van partijen

Standpunt van de curator

2.1.
De curator verzoekt de rechtbank om de inbewaringstelling te verlengen met dertig dagen. Zij stelt dat de inbewaringstelling nodig is om [gefailleerde] aan te zetten tot het verstrekken van de verzochte informatie over verschillende activa die tot de boedel behoren. [gefailleerde] geeft nog steeds nauwelijks controleerbare informatie. Daardoor kan de curator de boedel niet op een correcte wijze afwikkelen. De curator heeft er geen vertrouwen in dat [gefailleerde] bij invrijheidstelling wél aan zijn informatieverplichting zal voldoen. De curator heeft dat – samengevat – als volgt nader toegelicht.
2.2.
[gefailleerde] heeft volgens de curator diverse sieraden, waaronder horloges en ringen, opgehaald bij [bedrijfsnaam] . Hij had deze sieraden daar volgens een verklaring van [bedrijfsnaam] in onderpand gegeven en heeft deze vervolgens afbetaald en opgehaald. Aan het verzoek van de curator om deze sieraden per direct aan de faillissementsboedel af te geven, heeft [gefailleerde] geen gehoor gegeven. De stelling van [gefailleerde] dat deze sieraden toebehoren aan zijn zus wordt niet onderbouwd.
De aanvragers van het faillissement hebben verklaard dat [gefailleerde] een “gouden Rolex” en een “Rolex type Hulk” in zijn bezit had en uit een aangifte in Spanje blijkt dat [gefailleerde] nog in het bezit moet zijn van twee andere Rolexen. [gefailleerde] heeft ook deze horloges niet afgegeven en heeft niet uitgelegd waar deze horloges zijn gebleven of aannemelijk gemaakt dat deze horloges van iemand anders zijn. Daarnaast heeft de curator onvoldoende informatie gekregen over de auto’s waarin [gefailleerde] heeft gereden, waaronder een Mercedes waarvoor is betaald aan mevrouw [naam] en een Mercedes C180. Ook een groot aantal overige vragen van de curator dat al open staat sinds 29 oktober 2024 is nog steeds niet beantwoord.
2.3.
Na de inbewaringstelling en het verhoor door de rechtbank op 24 september 2025 heeft de curator [gefailleerde] op 1 oktober 2025 en 8 oktober 2025 tezamen met een kantoorgenoot bezocht in de PI [plaats] . De curator heeft van mr. Weisfelt een overeenkomst tot verkoop van een Mercedes en een e-mail d.d. 9 oktober 2025 14:24 uur met drie bijlagen ontvangen. Afgezien hiervan heeft [gefailleerde] geen stukken overgelegd en geen onderbouwde antwoorden op alle vragen van de curator gegeven. Naast de vragen over de sieraden en auto’s betreft dat vragen over contant geld waarover hij kennelijk beschikt, de verkoop van een significante schoenencollectie, bankrekeningen in België, Frankrijk, Duitsland en Spanje en een langdurig verblijf in Spanje. Informatie die [gefailleerde] wel heeft verstrekt, heeft hij niet onderbouwd. Daarnaast heeft [gefailleerde] stellingen van de curator ontkend, maar de stukken die de curator heeft ontvangen, spreken dit tegen.
Kortom, onder druk van de inbewaringstelling heeft [gefailleerde] wel mondjesmaat informatie bij de curator aangeleverd, maar heeft hij nog steeds geen volledige openheid van zaken gegeven. De curator verwacht dat, als de periode van de inbewaringstelling wordt verlengd, [gefailleerde] onder de druk daarvan meer informatie zal (kunnen) verstrekken.
Standpunt van de rechter-commissaris
2.4.
De rechter-commissaris ondersteunt het verzoek van de curator. Volgens de rechter-commissaris is niet gebleken dat [gefailleerde] voldoet aan de hem in artikel 105, eerste lid, van de Faillissementswet opgelegde verplichtingen.
Standpunt van [gefailleerde]
2.5.
Ter zitting heeft [gefailleerde] , mede bij monde van zijn advocaat, kort samengevat verklaard dat hij wel heeft meegewerkt. De stukken waarover hij beschikt, heeft hij gegeven.
De informatie waarover zijn zus beschikt (inzake een van de auto’s) kan hij niet geven, aangezien zij niet wil meewerken. Hij is er nu van doordrongen dat hij moet meewerken met de curator, en zal dat ook doen. Een verlenging van de inbewaringstelling heeft volgens [gefailleerde] geen toegevoegde waarde, integendeel. Het verstrekken van informatie en het verrichten van bepaalde handelingen, zoals het verstrekken van bankpassen en/of wachtwoorden, zal veel gemakkelijker gaan als hij in vrijheid wordt gesteld. Hij heeft toegezegd de gevraagde informatie op het kantoor van de curator te geven.
[gefailleerde] heeft bovendien gezondheidsklachten en de verzorging in de PI [plaats] is volgens hem onvoldoende.
2.6.
Op de standpunten van de curator, de rechter-commissaris en [gefailleerde] wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3.De beoordeling

Toetsingskader

3.1.
De rechtbank moet, mede gezien hetgeen is bepaald in artikelen 5 en 6 EVRM, de vraag beantwoorden of op basis van de huidige stand van zaken nog gronden voor inbewaringstelling aanwezig zijn, en zo ja, of die gronden nog steeds een voortgezette inbreuk op de persoonlijke vrijheid van [gefailleerde] rechtvaardigen. Daarbij moet de rechtbank het recht op persoonlijke vrijheid van [gefailleerde] – waaraan naarmate de inbewaringstelling langer duurt een zwaarder gewicht toekomt – afwegen tegen de bij de voortduring van de inbewaringstelling betrokken belangen.
3.2.
Artikel 105 lid 1 Fw verplicht [gefailleerde] om de curator alle inlichtingen te verschaffen die de curator nodig heeft voor een goede afwikkeling van het faillissement.
[gefailleerde] moet de curator gevraagd en ongevraagd informeren over feiten en omstandigheden waarvan hij weet of behoort te weten dat deze voor de omvang, het beheer of de vereffening van de boedel van belang zijn. Meer in het bijzonder moet hij opgave doen van alle activa in zowel binnen- als buitenland. Hierbij mag [gefailleerde] er niet van uitgaan dat de curator hem op zijn woord gelooft, maar zal hij zijn informatie – op overzichtelijke wijze – met stukken moeten onderbouwen.
3.3.
De inbewaringstelling is een vrijheidsbeperkende maatregel, die slechts in overeenstemming is met artikel 5 lid 1, aanhef en onder b, EVRM als zij wordt aangewend om de gefailleerde te dwingen tot naleving van de wettelijke verplichtingen die voor hem aan zijn faillissement zijn verbonden. In het licht van het subsidiariteitsbeginsel dat uit het EVRM voortvloeit kan een inbewaringstelling slechts worden bevolen (of een verlenging ervan slechts worden bepaald) indien het daarmee beoogde doel niet op minder ingrijpende wijze kan worden bereikt. Het subsidiariteitsbeginsel houdt in dat de rechter gehouden is te onderzoeken of hij in het voorkomende geval kan volstaan met het bevelen van een inbewaringstelling (of met het bepalen van een verlenging ervan) met gelijktijdige schorsing van de tenuitvoerlegging ervan.
Beslissing
3.4.
De rechtbank is met de curator en de rechter-commissaris van oordeel dat de gronden voor de inbewaringstelling van [gefailleerde] nog onverkort aanwezig zijn, nu [gefailleerde] nog steeds niet voldoet aan de informatieverplichting die op hem als failliet rust op grond van artikel 105 Fw. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de huidige stand van zaken betreffende het niet voldoen aan de informatieverplichting, mede afgewogen naar hetgeen is bepaald in artikel 5 en artikel 6 EVRM, een voortgezette inbreuk op zijn persoonlijke vrijheid rechtvaardigt. Er is onvoldoende aanleiding om de inbewaringstelling op te heffen of te schorsen. Daarom moet de termijn van het bevel tot inbewaringstelling worden verlengd met dertig dagen, ingaande 22 oktober 2025. De rechtbank motiveert dit als volgt.
3.5.
De curator heeft gemotiveerd uiteengezet dat de bewaring nog steeds noodzakelijk is voor nader onderzoek naar activa. Ondanks diverse verzoeken, waarin de curator concreet heeft aangegeven welke specifieke informatie en documentatie zij van [gefailleerde] wil ontvangen, heeft [gefailleerde] nog lang niet alle gevraagde gegevens aan de curator verstrekt. Ook heeft [gefailleerde] nog steeds geen (volledige en/of controleerbare) antwoorden gegeven op vele vragen van de curator en heeft hij tegenstrijdige verklaringen afgelegd.
De informatie die inmiddels wel is aangeleverd, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende duidelijk, incompleet en/of tegenstrijdig.
Proportionaliteit en subsidiariteit
3.6.
Naar het oordeel van de rechtbank is nog steeds voldoende grond voor toepassing van het dwangmiddel van inbewaringstelling. In het belang van een juiste afwikkeling van de boedel moet de curator over meer en concretere informatie beschikken. Die heeft zij nog steeds niet van [gefailleerde] gekregen. Hij schiet dus bij voortduring tekort in de nakoming van de informatieverplichting die voortvloeit uit artikel 105 Fw. Een verlenging van de inbewaringstelling is proportioneel. De curator heeft [gefailleerde] tot twee maal toe bezocht in de Penitentiaire Inrichting waar hij verblijft. Na het tweede bezoek heeft [gefailleerde] enige informatie verstrekt en hij heeft ter zitting een volmacht getekend. De inbewaringstelling heeft dus sinds het verhoor door de rechtbank op 24 september 2025 wel iets opgeleverd, maar nog niet voldoende. De rechtbank verwacht, met de curator, dat voortzetting van (de druk van) de inbewaringstelling noodzakelijk is om [gefailleerde] verder in beweging te krijgen. [gefailleerde] heeft verklaard dat hij nu inziet dat hij te star is geweest en dat het voor hem beter is als hij volledig gaat meewerken.
Dat [gefailleerde] stelt gezondheidsproblemen te hebben, maakt niet dat het oordeel van de rechtbank anders uitvalt, nu dit argument niet is onderbouwd. Niet is gebleken dat zijn recht op persoonlijke vrijheid, gezien zijn gezondheidsproblemen, zwaarder zou moeten wegen dan de bij voortduring van de inbewaringstelling betrokken belangen.
3.7
De rechtbank is voorts van oordeel dat wordt voldaan aan het subsidiariteitsvereiste. Een minder vergaande maatregel, zoals een schorsing van het bevel tot inbewaringstelling, is niet aan de orde. [gefailleerde] is eerdere toezeggingen om volledige medewerking te verlenen niet nagekomen. Door zijn houding heeft de rechtbank er geen vertrouwen in dat hij de gevraagde informatie vrijwillig gaat aanleveren als hij in vrijheid zou worden gesteld. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat het risico dat [gefailleerde] dan uit het zicht van de curator verdwijnt. [gefailleerde] heeft tevens zijn stelling dat hij vanuit detentie geen volledige medewerking kan verlenen niet onderbouwd. Niet valt in te zien dat hij bijvoorbeeld niet allereerst een uitvoerig en gedetailleerd schriftelijk overzicht kan geven omtrent de kwesties waarover de curator vragen heeft gesteld of nadere gegevens kan (laten) aanleveren, zoals bankpassen die hij kennelijk heeft.
3.8.
Het verzoek van de curator zal dus worden toegewezen, zodat de inbewaringstelling zal worden verlengd.

4.De beslissing

De rechtbank:
- bepaalt dat de termijn van het bevel tot inbewaringstelling van 9 september 2025 wordt verlengd met ten hoogste dertig dagen, welke verlengde termijn aanvangt op 22 oktober 2025.
Dit is een beslissing van mr. J. Eisses, voorzitter, mr. L. Mundt en mr. A. Tsjapanova,
rechters, in samenwerking met R. Becker, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2025.