De rechtbank Den Haag behandelt het beroep van eiser tegen de minister van Asiel en Migratie wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 24 oktober 2023, waarna de uiterste beslistermijn van 21 maanden werd overschreden. Eiser stelde de minister op 5 augustus 2025 schriftelijk in gebreke en diende daarna een beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de nieuwe termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000.
Daarnaast krijgt eiser een proceskostenvergoeding van €453,50 toegekend wegens het inschakelen van juridische hulp bij het indienen van het beroepschrift. De uitspraak is gedaan zonder zitting, op basis van de stukken, en is openbaar bekendgemaakt op 30 september 2025.