ECLI:NL:RBDHA:2025:20859
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag en niet-ontvankelijkheid van beroep wegens prematuriteit in het kader van besluitmoratorium Syrië
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan over een asielaanvraag van een eiser afkomstig uit Syrië. De eiser had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, maar de minister van Asiel en Migratie had niet tijdig beslist op deze aanvraag. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister de aanvragen op 31 oktober 2023 had ontvangen en dat hij uiterlijk op 31 juli 2025 had moeten beslissen. Echter, door een besluitmoratorium dat gold voor Syrië, was de beslistermijn voor asielaanvragen van vreemdelingen uit dat land verlengd met één jaar, tot maximaal 21 maanden. De eiser had de minister op 27 juni 2025 in gebreke gesteld en op 18 juli 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. De rechtbank oordeelde dat de beslistermijn nog niet was verstreken en dat de ingebrekestelling en het beroep prematuur waren ingesteld. Hierdoor was het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank heeft het beroep van de eiser dan ook niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is gedaan door rechter mr. O. Veldman en is op 29 augustus 2025 openbaar gemaakt.