Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
merits-test’. Eiser is daarom van oordeel dat sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen zodat niet langer uitgegaan mag worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Duitsland.
merits-test’. Dit is niet in strijd met de Procedurerichtlijn. [6] Lidstaten zijn ingevolge artikel 19 van Pro de Procedurerichtlijn weliswaar verplicht de vreemdeling gedurende de gehele procedure van juridische informatie te voorzien, maar kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging (wat dus verder gaat dan enkel informatievoorziening) is ingevolge artikel 20, eerste lid, van de Procedurerichtlijn alleen verplicht in de beroepsprocedure. Op grond van artikel 20, derde lid, van de Procedurerichtlijn mogen lidstaten bovendien bepalen dat kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging niet wordt aangeboden wanneer het beroep volgens de rechterlijke instantie of een andere bevoegde autoriteit geen reële kans van slagen heeft. Aangezien in Duitsland het verzoek om kosteloze rechtsbijstand door een rechterlijke instantie wordt getoetst, mag ervan worden uitgegaan dat die instantie het verzoek conform de Procedurerichtlijn behandelt.
Beslissing
www.rechtspraak.nl.