ECLI:NL:RBDHA:2025:20792
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken beschermenswaardig gezinsleven
Eiseres, een Syrische vrouw, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het doel verblijf als familie- of gezinslid bij haar zoon (referent) in Nederland. De minister wees deze aanvraag af omdat er geen sprake zou zijn van een beschermenswaardig familie- of gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, vanwege het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij financieel of medisch afhankelijk is van haar zoon. Hoewel zij fysieke beperkingen heeft, blijkt uit de stukken dat zij zelfstandig haar medische zorg regelt en niet afhankelijk is van referent. Het samenwonen in Syrië vond plaats tijdens de minderjarigheid van referent, wat gebruikelijk is en geen bijkomende elementen van afhankelijkheid oplevert.
De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat geen belangenafweging hoefde plaats te vinden, omdat geen beschermenswaardig gezinsleven is vastgesteld. Ook is geen sprake van bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen.
Wel is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep, waarvoor eiseres een immateriële schadevergoeding van €500,- wordt toegekend. Daarnaast wordt een proceskostenvergoeding van €226,75 toegekend voor de kosten verband houdend met het verzoek om schadevergoeding.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en de minister veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.