ECLI:NL:RBDHA:2025:20720
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister van Asiel en Migratie ontving deze aanvraag op 26 november 2023 en moest uiterlijk binnen 21 maanden beslissen, vanwege een verlenging van de beslistermijn met negen maanden en een besluitmoratorium voor Syrië van één jaar.
Eiser stelde de minister op 4 juli 2025 schriftelijk in gebreke en diende op 28 juli 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen. Omdat de beslistermijn pas op 26 augustus 2025 zou verstrijken, waren zowel de ingebrekestelling als het beroep prematuur ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en de rechtbank hoeft niet te beoordelen of een bestuurlijke dwangsom is verbeurd. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 23 september 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling en beroep.