ECLI:NL:RBDHA:2025:20717
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en tijdelijke bescherming Oekraïense vreemdeling
Eiseres, een Nigeriaanse vreemdeling met tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne, maakte aanspraak op tijdelijke bescherming in Nederland op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB). Na beëindiging van haar verblijfsrecht en oplegging van terugkeerbesluiten door de minister van Asiel en Migratie, stelde zij beroep in tegen deze besluiten en verzocht om voorlopige voorzieningen.
De rechtbank oordeelde dat het eerste beroep niet-ontvankelijk was omdat de brief van de voormalige staatssecretaris geen individuele handeling betrof. Het latere terugkeerbesluit van 7 augustus 2025 werd inhoudelijk beoordeeld. De rechtbank verwierp het standpunt van eiseres dat zij onder de facultatieve bescherming van artikel 2, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit viel en oordeelde dat zij onder artikel 2, derde lid viel, waardoor haar tijdelijke bescherming terecht was beëindigd.
Verder stelde de rechtbank dat er geen persoonlijke belangenafweging nodig was bij de beëindiging van de tijdelijke bescherming en dat unierechtelijke beginselen zoals het vertrouwens-, rechtszekerheids- en evenredigheidsbeginsel niet in de weg stonden aan het terugkeerbesluit. Ook was er geen sprake van een belemmering door het non-refoulementbeginsel. De verzoeken om voorlopige voorzieningen werden niet-ontvankelijk verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit van 7 augustus 2025 is ongegrond verklaard en het eerdere beroep niet-ontvankelijk.