ECLI:NL:RBDHA:2025:20699
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepsgronden bij afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf
Eiser, met de Eritrese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, welke door verweerder werd afgewezen. Na eerdere procedure waarbij het beroep van eiser gegrond werd verklaard en het besluit werd vernietigd, bleef verweerder bij afwijzing in een nieuw besluit.
De rechtbank behandelde het beroep waarbij eiser zich beriep op overmacht vanwege de situatie in Tigray en stelde dat het te laat indienen van de beroepsgronden niet aan hem toe te rekenen was. De rechtbank oordeelde dat eiser de beroepsgronden niet tijdig had ingediend en dat de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar was, mede omdat de gemachtigde naliet te controleren of de gronden succesvol waren geüpload.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en liet het bestreden besluit in stand. Eiser kreeg geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter C.W. Griffioen op 9 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van de beroepsgronden zonder verschoonbare reden.