ECLI:NL:RBDHA:2025:20652
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over afwijzing MVV-aanvraag jongvolwassene onder artikel 8 EVRM
Eiser, een jongvolwassene van Pakistaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn MVV-aanvraag om bij zijn vader, de referent, in Nederland te verblijven. De minister wees de aanvraag af op grond van het jongvolwassenenbeleid en een belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank heeft in een zitting met betrokkenen, waaronder minderjarige zussen van eiser, kindgesprekken gevoerd. De rechtbank constateert dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende gemotiveerd is, met name omdat de minister niet alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken in de belangenafweging. Ook is de motivering over de hechte persoonlijke banden tussen eiser en zijn minderjarige zussen onvoldoende.
De rechtbank wijst erop dat het belang van het kind voorop moet staan en dat de minister onvoldoende heeft toegelicht tegen welk belang van de Staat het familie- en gezinsleven wordt afgewogen. De minister krijgt de gelegenheid om binnen zes weken de gebreken te herstellen met een nieuwe of aanvullende beslissing, waarna eiser kan reageren. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank stelt de minister in de gelegenheid de gebreken in het bestreden besluit binnen zes weken te herstellen en houdt verdere beslissingen aan.