ECLI:NL:RBDHA:2025:20483
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvragen wegens motiveringsgebrek, rechtsgevolgen in stand gelaten
Eisers, een gezin van Azerbeidzjaanse nationaliteit, dienden op 22 juli 2020 asielaanvragen in die door de minister op 2 augustus 2024 werden afgewezen als kennelijk ongegrond. De minister vond delen van het asielrelaas geloofwaardig, maar de problemen wegens politieke overtuiging ongeloofwaardig, mede op basis van een individueel ambtsbericht (IAB) en discrepanties in verklaringen.
De rechtbank oordeelt dat de minister bij de geloofwaardigheidsbeoordeling niet heeft voldaan aan de vereisten van artikel 3:46 Awb Pro, omdat niet duidelijk is gemaakt aan welke cumulatieve voorwaarden uit artikel 31, zesde lid, Vw is voldaan en of het voordeel van de twijfel is toegepast. Hierdoor is sprake van een motiveringsgebrek en worden de besluiten vernietigd.
Desondanks laat de rechtbank de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand, omdat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden c en e van artikel 31, zesde lid, Vw. Het IAB-onderzoek en andere stukken ondersteunen deze conclusie. Eisers krijgen een proceskostenvergoeding van €907 toegewezen.
De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en griffier F. Aissa. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvragen wegens motiveringsgebrek, maar laat de rechtsgevolgen van de besluiten in stand.