ECLI:NL:RBDHA:2025:20420
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen wegens onvoldoende ernstig verwijtbaar handelen en verstoorde arbeidsverhouding
Werknemer is sinds 2015 in dienst bij Zweminstituut als Operationeel Manager. Zweminstituut verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen, omdat werknemer verlofuren niet correct registreerde, en wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Werknemer betwistte de urenfraude en stelde dat een middelingsafspraak bestond voor compensatie van overuren.
De kantonrechter oordeelde dat werknemer zijn verlofuren niet conform de regels registreerde, wat verwijtbaar is, maar niet ernstig verwijtbaar. Er was geen sprake van fraude of benadeling, omdat werknemer een vast salaris ontving en Zweminstituut geen overuren uitbetaalde. De Cao was van toepassing op de arbeidsovereenkomst, maar het niet registreren van overuren bleef verwijtbaar. De verstoorde arbeidsverhouding werd niet bewezen, omdat klachten onvoldoende onderbouwd waren en geen concreet verbetertraject was gestart.
De arbeidsovereenkomst wordt daarom niet ontbonden. Werknemer moet binnen een maand worden toegelaten tot het werk en de tankpas binnen een week worden teruggegeven. Zweminstituut moet gemaakte brandstofkosten van € 705,97 vergoeden, vermeerderd met wettelijke rente en toekomstige kosten tot teruglevering van de tankpas. Proceskosten worden aan Zweminstituut opgelegd.
Uitkomst: Het ontbindingsverzoek wordt afgewezen en werknemer wordt binnen een maand wedertewerkgesteld met vergoeding van brandstofkosten.