ECLI:NL:RBDHA:2025:2033
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen verlenging overdrachtstermijn wegens onderduiken in Dublinprocedure
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie tot verlenging van de overdrachtstermijn in het kader van de Dublinverordening. Dit besluit is genomen omdat eiser zich zou hebben ondergedoken, waardoor de overdrachtstermijn verlengd kan worden tot maximaal achttien maanden.
De rechtbank heeft het beroep op 16 januari 2025 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat sprake is van onderduiken, verwijzend naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Hof van Justitie van de EU.
Uit het dossier blijkt dat eiser zich niet heeft gemeld voor zijn geplande vlucht en sindsdien niet aan zijn meldplicht heeft voldaan. De rechtbank acht het niet noodzakelijk dat verweerder het besluit toetst aan artikel 3 EVRM Pro, omdat het overdrachtsbesluit in rechte vaststaat.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is openbaar gemaakt en eiser is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na verzending van het vonnis.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn wegens onderduiken ongegrond.