ECLI:NL:RBDHA:2025:20200
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinoverdracht aan Frankrijk ongegrond verklaard
Eiseres, van Ugandese nationaliteit, had een asielaanvraag ingediend in Nederland die niet in behandeling werd genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelde het beroep van eiseres tegen dit besluit.
Eiseres voerde aan dat de opvang- en leefomstandigheden in Frankrijk in strijd zijn met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro, mede vanwege structurele tekorten aan opvangcapaciteit en haar kwetsbare gezondheidstoestand met psychische problemen. Zij stelde dat de minister ten onrechte uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en verwees naar jurisprudentie waaronder het arrest C.K. en een Duitse uitspraak.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij overdracht aan Frankrijk een reëel risico loopt op onmenselijke of vernederende behandeling. De medische stukken toonden onvoldoende aan dat haar gezondheid onomkeerbaar zou verslechteren en Frankrijk adequate medische zorg biedt. Ook de Duitse uitspraak was niet vergelijkbaar. Ten aanzien van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 17 Dublinverordening Pro concludeerde de rechtbank dat de minister zich redelijk heeft kunnen opstellen dat deze niet aanwezig zijn.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, hetgeen betekent dat het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen in stand blijft en eiseres aan Frankrijk mag worden overgedragen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens Dublinoverdracht aan Frankrijk is ongegrond verklaard.