Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist op zijn asielaanvraag van 15 augustus 2024. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde termijn alsnog een besluit heeft genomen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt een nieuwe beslistermijn van zestien weken opgelegd, uitgaande van het '8+8 wekenmodel'. Dit betekent dat de minister binnen deze termijn een besluit moet nemen, te rekenen vanaf de dag na de bekendmaking van deze uitspraak.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De minister wordt opgedragen om binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen, onder dreiging van de opgelegde dwangsom.