ECLI:NL:RBDHA:2025:1993
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift gegrond wegens ontbrekende handtekening officier van justitie bij omzetting taakstraf in hechtenis
De veroordeelde is bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot een taakstraf van 130 uren met een vervangende hechtenis van 65 dagen bij niet-naleving. Tevens is een eerdere taakstraf van 25 uren met vervangende hechtenis van 12 dagen ten uitvoer gelegd. De officier van justitie heeft een beslissing genomen tot omzetting van resterende taakstrafurens in vervangende hechtenis, maar deze beslissing was niet ondertekend door een officier van justitie.
De rechtbank oordeelt dat de bevoegdheid tot het nemen van een dergelijke beslissing niet gemandateerd kan worden aan een andere ambtenaar, omdat het een discretionaire bevoegdheid betreft die vrijheidsbeneming inhoudt, zoals bepaald in artikel 6:3:3 Sv Pro en het Besluit regels landelijk parket. Het ontbreken van een handtekening betekent dat de beslissing niet rechtsgeldig is genomen.
De rechtbank verwijst naar een recente conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad (ECLI:NL:PHR:2024:1388) ter onderbouwing van dit standpunt. De gronden van het bezwaarschrift worden daarom gegrond verklaard en de veroordeelde wordt opgedragen de resterende taakstraf van 64 uren alsnog binnen 12 maanden te verrichten.
Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en de taakstraf moet alsnog worden uitgevoerd.