ECLI:NL:RBDHA:2025:19897
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening ondanks bijzondere omstandigheden
Eiser, een Filipijnse nationaliteit dragende persoon, diende op 19 maart 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Oostenrijk verantwoordelijk was voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening, omdat Oostenrijk eerder een visum aan eiser had verleend. Verweerder nam de asielaanvraag niet in behandeling en verwees naar Oostenrijk.
Eiser voerde aan dat bijzondere, individuele omstandigheden zoals zijn betrokkenheid bij het ICC-proces van de voormalige Filipijnse president Duterte, de annulering van zijn paspoort en medische problemen een overdracht aan Oostenrijk van onevenredige hardheid maken, zodat Nederland de asielaanvraag zou moeten behandelen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Tevens stelde hij dat hij een Belgische cliënte juridisch wilde bijstaan.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich deugdelijk had gemotiveerd en dat geen sprake was van bijzondere, individuele omstandigheden die een uitzondering op de Dublinverordening rechtvaardigen. De rol van eiser bij het ICC-proces werd niet erkend als reden voor verblijf, mede omdat hij geen verblijfsvergunning had die daarvoor bedoeld is. Ook medische omstandigheden en proceseconomische argumenten werden onvoldoende geacht om overdracht te weigeren. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.