ECLI:NL:RBDHA:2025:19851
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J.M. Kruizinga
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen afwijzing Chavez-verblijfsrecht voor verblijf bij minderjarige dochter
Eiser, van Cubaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument op grond van het Chavez-verblijfsrecht om bij zijn minderjarige Nederlandse dochter te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser volgens haar niet voldeed aan de voorwaarden van daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken en een afhankelijkheidsverhouding met zijn dochter. Tevens werd geoordeeld dat uitzetting niet in strijd was met artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser geen daadwerkelijke zorgtaken verricht en onvoldoende rekening heeft gehouden met de gevolgen van de afwijzing voor de dochter. Eiser heeft met verklaringen en bewijsstukken onderbouwd dat hij om het weekend zorgtaken vervult en een groeiende rol in het leven van zijn dochter speelt. De afhankelijkheidsverhouding en zorgtaken dienen in samenhang te worden beoordeeld.
Voorts is de belangenafweging ten onrechte negatief uitgevallen voor eiser vanwege onduidelijkheid over zijn inkomsten. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens motiverings- en zorgvuldigheidsgebreken en draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen waarbij eiser opnieuw wordt gehoord. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen.