Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:19777

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 oktober 2025
Publicatiedatum
29 oktober 2025
Zaaknummer
C/09/691957 / JE RK 25-1641
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265g BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging contactregeling tussen moeder en minderjarige wegens schadelijk oudergedrag

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot wijziging van de contactregeling tussen de moeder en haar minderjarige kind, waarbij de telefonische contactmomenten worden stopgezet en alleen fysieke, begeleide contactmomenten via een kinderopvang worden toegestaan.

De minderjarige verblijft uit huis en staat onder toezicht van de gecertificeerde instelling. De moeder vertoont schadelijk oudergedrag, waaronder het betrekken van het kind bij volwassenzaken en het veroorzaken van stress, wat leidt tot externaliserend gedrag en automutilatie bij de minderjarige. De minderjarige heeft zelf aangegeven meer rust te ervaren zonder de telefonische contacten.

De moeder heeft geen verweer gevoerd en stemt in met het verzoek, mede omdat zij het NIKA-traject gaat volgen. De kinderrechter oordeelt dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden en wijzigt de contactregeling conform het verzoek. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en kan direct worden toegepast.

Uitkomst: De contactregeling wordt gewijzigd waarbij alleen fysieke, begeleide contactmomenten zijn toegestaan en telefonische contacten worden stopgezet.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/691957 / JE RK 25-1641
Datum uitspraak: 2 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter
Wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken (ex artikel 1:265g, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW))
in de zaak van:
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 september 2025;
- het aanvullende stuk van de gecertificeerde instelling van 23 september 2025.
1.2.
De zitting heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 2 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- [naam 1] , namens de gecertificeerde instelling.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover (via videoverbinding) een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter, met toestemming van [minderjarige] , samengevat wat zij heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft bij [zorginstantie] .
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 december 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 2 januari 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 juni 2025 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 2 januari 2026.
2.5.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 22 januari 2025 de volgende regeling vastgesteld:
-
de gecertificeerde instelling voert de regie over het contact tussen de moeder en [minderjarige] en [naam 2] , waarbij de gecertificeerde instelling de aard (waaronder telefonisch / fysiek, en begeleid / onbegeleid), frequentie, duur en plaats van het contact bepaalt, waarbij ten minste de volgende contactmomenten plaatsvinden:
-
elke dinsdag 18:15 – 18:45 uur bellen;
-
elke zaterdag 18:15 – 19:15 uur bellen;
-
één keer in de drie weken fysiek.
2.6.
Bij beschikking van 24 april 2025 heeft de kinderrechter de bij beschikking van
22 januari 2025 vastgestelde regeling als volgt gewijzigd:
-
de gecertificeerde instelling voert de regie over het contact tussen de moeder en [minderjarige] en [naam 2] , waarbij de gecertificeerde instelling de aard (waaronder telefonisch / fysiek, en begeleid / onbegeleid), frequentie, duur en plaats van het contact bepaalt, en waarbij ten minste de volgende contactmomenten plaatsvinden:
-
elke zaterdag 18:15 – 19:15 uur bellen;
-
één keer in de drie weken (fysiek) - onder de voorwaarde dat [kinderopvang] bereid en in staat is dit contact te begeleiden.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de kinderrechter op grond van artikel 1:265g, eerste lid, BW de regeling als volgt vast te stellen:
-
alleen fysieke, begeleide contactmomenten via [kinderopvang] . Geen belmomenten meer, ook geen begeleide belmomenten;
en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Ter zitting heeft de gecertificeerde instelling het verzoek gewijzigd, in die zin dat de door de kinderrechter op 22 januari 2025 vastgestelde en op 24 april 2025 gewijzigde regeling wordt gewijzigd in de voornoemde regeling.
3.3.
De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek als volgt. De telefonische contactmomenten tussen de moeder en [minderjarige] moeten per direct stopgezet worden, omdat de moeder meermaals heeft laten zien dat zij zich niet houdt aan de gemaakte afspraken. De moeder laat nog steeds zeer schadelijk oudergedrag zien. Zo volgt uit de rapportages van [zorginstantie] dat de moeder en haar partner [minderjarige] ernstig belasten met volwassenzaken. Zij brengen [minderjarige] voortdurend in een loyaliteitsconflict en ondermijnen de vastgestelde afspraken. Dit leidt tot een ernstige mate van stress bij [minderjarige] met externaliserend gedrag, automutilatie en incontinentieproblemen tot gevolg. [minderjarige] loopt weg van de groep en zoekt ruzie met groepsgenoten. Bovendien maakt de gecertificeerde instelling zich zorgen over de bereidheid van de moeder om zich te houden aan de veiligheidsafspraken die voor de telefonische en fysieke contactmomenten gelden. [minderjarige] heeft meermaals aangegeven dat zij meer rust ervaart zonder haar telefoon. Zij heeft op 8 september 2025 op eigen initiatief haar telefoon ingeleverd. Gelet op bovenstaande zorgen verzoekt de gecertificeerde instelling om de belmomenten met de moeder stop te zetten. De begeleide, fysieke contactmomenten zullen worden voortgezet. De gecertificeerde instelling heeft de moeder aangemeld voor het NIKA-traject. Als de moeder positieve stappen zet tijdens dit traject, kunnen de belmomenten met [minderjarige] worden hervat.

4.Het standpunt

De moeder heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek. Als het de eigen beslissing van [minderjarige] is om de belmomenten voor nu te stoppen en als [minderjarige] de moeder mag bellen wanneer zij dat wil, dan kan de moeder met het verzoek instemmen. De moeder snapt dat [minderjarige] last heeft van de partner van de moeder tijdens de belmomenten. Verder is zij geschrokken van de automutilatie van [minderjarige] . Zij geeft aan dat dit niet door de belmomenten met haar of door de ruzies tussen haar en haar partner komt, maar door de conflicten die [minderjarige] op de groep en op school heeft. De moeder kent de [minderjarige] van voor de uithuisplaatsing niet meer terug. Het NIKA-traject gaat de komende week van start.

5.De beoordeling

5.1.
Op grond van het bepaalde in artikel 1:265g, eerste lid, BW kan de kinderrechter voor de duur van de ondertoezichtstelling op verzoek van de gecertificeerde instelling een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
5.2.
Naar het oordeel van de kinderrechter is sprake van gewijzigde omstandigheden. Deze gewijzigde omstandigheden zijn gelegen in de spanning die de belmomenten bij [minderjarige] veroorzaakt. De moeder sluit onvoldoende aan op de ontwikkelingsbehoeften van [minderjarige] en laat schadelijk oudergedrag zien. Zo belast zij [minderjarige] met volwassenzaken (waaronder de ruzies tussen haar en haar partner), waar [minderjarige] zichtbaar veel last van heeft. Het is zorgelijk dat [minderjarige] externaliserend gedrag laat zien en aan zelfbeschadiging heeft gedaan. Ook loopt [minderjarige] weg van de groep, luistert zij niet naar de groepsleiding [minderjarige] geeft zelf duidelijk aan dat zij meer rust ervaart als de belmomenten voor nu worden stopgezet. De kinderrechter wijst de verzochte wijziging van de contactregeling, waartegen geen verweer is gevoerd, toe. Dit betekent dat de telefonische contactmomenten tussen [minderjarige] en de moeder per direct worden stopgezet. De regie voor het hervatten van de telefonische contactmomenten ligt bij de gecertificeerde instelling. De kinderrechter vindt het positief om te horen dat het NIKA-traject van start gaat en zij drukt de moeder op het hart zich daar volledig voor in te zetten.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
wijzigt de contactregeling en bepaalt deze als volgt:
-
[minderjarige] en de moeder hebben alleen fysieke, begeleide contactmomenten via [kinderopvang] . De fysieke momenten vinden één keer in de drie weken plaats;
-
er vinden geen telefonische contactmomenten meer plaats, ook niet begeleid;
-
de gecertificeerde instelling voert de regie over (uitbreiding van) het contact tussen de moeder en [minderjarige] , waarbij de gecertificeerde instelling de aard (waaronder telefonisch / fysiek, en begeleid / onbegeleid), frequentie, duur en plaats van het contact bepaalt.
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2025 door
mr. E.E. Schotte, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.J.C. Eikelenboom als griffier,
en op schrift gesteld op 21 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.