Eiser had een asielvergunning voor bepaalde en onbepaalde tijd die door verweerder werd ingetrokken wegens het verstrekken van onjuiste gegevens en het achterhouden van identiteitsinformatie. Verweerder stelde dat bij bekendheid met de juiste gegevens de vergunning niet was verleend.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat het achterhouden van de juiste identiteitsgegevens doorslaggevend was voor de verlening van de vluchtelingenstatus. Uit het dossier blijkt niet duidelijk wat de doorslaggevende reden was voor de vergunningverlening in 1992 en 2006. Verweerder kon dit niet onderbouwen met interne stukken zoals minuten.
De rechtbank ziet daarom geen reden om in te gaan op andere beroepsgronden zoals de actuele beoordeling van het risico bij terugkeer (ex-nunc toets) en het recht op privéleven. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.
De intrekking van de vergunningen, het terugkeerbesluit en het inreisverbod worden vernietigd. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan eiser.