Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen af dat niet alleen [verdachte] zelf overwicht had op [benadeelde 1] , maar dat ook zijn omgang met [medeverdachte] een zeker overwicht op [benadeelde 1] creëerde.
en(een) andere feitelijkhe(i)d(en)
endoor dreiging met geweld, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie,
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De oplegging van de straf en maatregel
– gelet op de adviezen van de deskundigen en bij wijze van laatste kans – af te zien van oplegging van TBS met dwangverpleging en in plaats daarvan te komen tot oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan gekoppeld de door de deskundigen geadviseerde voorwaarden.
Voor feit 2 geldt volgens de rapporteurs dat ook bij dit feit geldt dat sprake is van gedrag dat beïnvloed werd door de antisociale en opportunistische opstelling van [verdachte] . Ondanks dat het delictgedrag opportunistisch van aard lijkt te zijn, moet worden meegewogen dat de beperkingen die voortkomen uit zijn zwakbegaafdheid en neurobiologische ontwikkelingsstoornis ook ten tijde van dit feit aanwezig waren. Hoewel uit het geheel een patroon van egocentrisch, normoverschrijdend en antisociaal opportunistisch gedrag naar voren komt, waarbij [verdachte] doelbewust over de grenzen van [benadeelde 2] is gegaan, achten de onderzoekers het aannemelijk dat hij de volledige impact van zijn handelen niet emotioneel heeft kunnen doorleven.
7.De vorderingen van de benadeelde partijen/de schadevergoedingsmaatregel
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
28 (achtentwintig) MAANDEN;
de terbeschikkingstellingvan de verdachte;
dadelijk uitvoerbaar is;
de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als