Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Zambiaanse nationaliteit, diende op 7 oktober 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Dit werd bevestigd door Eurodac-gegevens en de acceptatie van het overnameverzoek door Duitsland.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege toenemend geweld tegen asielzoekers in Duitsland en persoonlijke bedreigingen vanwege zijn politieke achtergrond. Tevens stelde hij dat de overdracht aan Duitsland onevenredige hardheid oplevert en verweerder op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening de aanvraag aan zich had moeten trekken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Het aangevoerde rapport en persoonlijke omstandigheden bieden geen grond voor afwijking. Ook is verweerder gemotiveerd niet overgegaan tot het aan zich trekken van de aanvraag.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager op 11 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.