ECLI:NL:RBDHA:2025:19532

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 oktober 2025
Publicatiedatum
27 oktober 2025
Zaaknummer
25-28860
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming

Op 30 juni 2025 heeft eiser, van Marokkaanse nationaliteit, een aanvraag ingediend voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is door de minister van Asiel en Migratie op 23 juni 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Tijdens de zitting op 6 oktober 2025 heeft de rechtbank vastgesteld dat eiser en zijn gemachtigde zich hebben afgemeld. De minister heeft op 1 oktober 2025 meegedeeld dat eiser op 1 juli 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. Dit heeft geleid tot de vraag of eiser nog procesbelang heeft bij zijn beroep.

De rechtbank heeft geconstateerd dat eiser geen contact meer heeft met zijn gemachtigde en dat hij met onbekende bestemming is vertrokken. Gezien deze omstandigheden concludeert de rechtbank dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van zijn asielaanvraag. De rechtbank heeft daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaard, wat betekent dat de zaak niet inhoudelijk is beoordeeld. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. De uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff en is op 8 oktober 2025 openbaar gemaakt.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.28860
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. A.E. Martinez Linnemann),
en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).

Procesverloop

Eiser heeft op 30 juni 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [2008]. De minister heeft met het bestreden besluit van 23 juni 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
3. De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL25.28861, op
6 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Heeft eiser procesbelang?
4. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. De minister heeft op 1 oktober 2025 meegedeeld dat eiser volgens informatie van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers op 1 juli 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. Op 2 oktober 2025 heeft de gemachtigde van eiser meegedeeld geen contact meer te hebben met eiser. De gemachtigde van eiser heeft zich op
6 oktober 2025 afgemeld voor de zitting en eiser is niet op zitting verschenen.
5. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662) blijkt het volgende. Wanneer een vreemdeling, die een asielaanvraag heeft ingediend, met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, kan er in principe vanuit worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem in
eerste instantie gezochte bescherming in Nederland. Dit is alleen anders als een vreemdeling nog contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming.
6. Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden en gezien de informatie van de gemachtigde van eiser neemt de rechtbank aan dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en dat hij geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra - Foppen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
08 oktober 2025

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.