ECLI:NL:RBDHA:2025:19502

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 september 2025
Publicatiedatum
24 oktober 2025
Zaaknummer
NL25.37965 en NL25.37966
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Protocol nr. 24 VWEUArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Asielaanvraag Europese onderdaan niet-ontvankelijk verklaard op grond van Protocol nr. 24 VWEU

Eiser, een Poolse staatsburger die sinds circa 2015 in Nederland verblijft, vroeg op 31 juli 2025 asiel aan. Hij vreesde vervolging en onmenselijke behandeling in Polen vanwege een vermeende diefstal van drugs en slechte detentieomstandigheden. De minister van Asiel en Migratie verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van Protocol nr. 24 van het VWEU, dat Europese lidstaten onderling als veilige landen beschouwt.

De rechtbank onderzocht of er sprake was van een uitzonderingssituatie die het interstatelijk vertrouwensbeginsel zou doorbreken. Eiser kon onvoldoende onderbouwen dat hij een reëel risico liep op strafrechtelijke vervolging, onmenselijke behandeling of een oneerlijk proces in Polen. Zijn verwijzingen naar bronnen en jurisprudentie waren niet specifiek op zijn situatie van toepassing.

De rechtbank concludeerde dat de minister de asielaanvraag terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om een voorlopige voorziening af, omdat er geen aanleiding was om de uitzetting te verbieden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en verklaart de asielaanvraag niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.37965 (beroep)
NL25.37966 (voorlopige voorziening)
V-nummer: [V-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] ,

geboren op [geboortedatum] 1980, van Poolse nationaliteit, eiser /verzoeker, hierna: eiser
(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. E.G. Angela).

Procesverloop

Bij besluit van 7 augustus 2025 (bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser van 31 juli 2025 tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard.
Op 13 augustus 2025 heeft de rechtbank het beroepschrift van eiser ontvangen. Bij brief van dezelfde datum is verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt de uitzetting te verbieden totdat op het beroep is beslist.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 september 2025. Eiser is verschenen, bijgestaan mr. D.W.M. van Erp, waarneemster van zijn gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn voornoemde gemachtigde. Ook was ter zitting aanwezig de heer B. Buitenkant, tolk in de Poolse taal. De rechtbank/voorzieningenrechter (rechtbank) heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Overwegingen

Achtergrond
1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1980 en heeft de Poolse nationaliteit. Eiser stelt
– ongeveer – sinds 2015 in Nederland te verblijven. Eiser heeft op 31 juli 2025 in Nederland asiel aangevraagd. Tijdens het ‘gehoor EU [1] onderdaan’ heeft eiser verklaard dat hij in Polen drugs heeft gestolen en daardoor vreest te worden vermoord. Naast eisers vrees om vermoord te worden zijn volgens eiser ook de detentieomstandigheden in Polen slecht. Verder vreest eiser dat hij geen eerlijk proces krijgt, omdat de rechters daar volgens hem niet onafhankelijk zijn.
Bestreden besluit
2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser in het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard op grond van protocol nr. 24 van het VWEU [2] , omdat eiser een Europees onderdaan is. Europese lidstaten beschouwen elkaar als veilige landen van oorsprong voor alle juridische en praktische doeleinden in verband met asielzaken. Er is volgens verweerder geen aanleiding de asielaanvraag van eiser inhoudelijk te behandelen, omdat niet is gebleken van een uitzonderingssituatie als bedoeld in protocol nr. 24 van het VWEU. Ook is niet gebleken dat aan eiser fundamentele rechten zijn onthouden. Bovendien heeft eiser heeft zich nooit voor hulp of bescherming tot de Poolse autoriteiten gewend. Evenmin is gebleken dat in Polen niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan.
Standpunt eiser
3. Desgevraagd heeft eiser, bij monde van de waarneemster van zijn gemachtigde, op de zitting aangegeven dat er geen sprake is van een uitzonderingssituatie zoals bedoeld protocol nr. 24 van het VWEU. Echter vindt eiser dat toch niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan omdat hij vreest dat hij in Polen geen eerlijk proces zal krijgen. Ook zijn de detentieomstandigheden volgens eiser in Polen dusdanig dat hij een reëel risico loopt op een onmenselijke of vernederende behandeling. Eiser wijst in dit kader op verschillende bronnen [3] en uitspraken waaruit volgt dat ten aanzien van Polen niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. [4]
Oordeel rechtbank
4. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder in het geval van eiser ten aanzien van Polen niet kan uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser heeft op geen enkele wijze onderbouwd dat hij bij terugkeer voor het stelen van drugs te maken zal krijgen met strafrechtelijke vervolging, en dat hij zal worden veroordeeld tot een gevangenisstaf. Evenmin volgt uit het uittreksel van ECRIS, waar de gemachtigde ter zitting op heeft gewezen, dat eiser heeft te vrezen voor gevangenisstraf vanwege een nog openstaande zaak. Bovendien, al zou eiser wel met strafrechtelijke vervolging te maken krijgen, dan heeft hij onvoldoende onderbouwd dat hij in Polen geen eerlijk proces zal krijgen. Eisers verwijzing naar de aangehaalde bronnen en jurisprudentie is onvoldoende. De rechtbank overweegt dat die niet op eisers specifieke situatie van toepassing zijn en volgt verweerder in zijn standpunt zoals daarover opgenomen in het bestreden besluit. Ook de op de zitting aangehaalde uitspraak van 9 juli 2025 ziet op zogenaamde Dublinclaimanten. Dat is eiser niet. Volledigheidshalve overweegt de rechtbank dat gelet op wat hiervoor is overwogen, en de zich in het dossier bevindende stukken, er evenmin aanleiding bestaat voor het oordeel dat eiser een reëel risico loopt op een onmenselijke of vernederende behandeling. Voor zover eiser vreest voor de mensen van wie de drugs is gestolen, overweegt de rechtbank dat van eiser mag worden verwacht dat hij de hulp of bescherming van de Poolse autoriteiten inroept. Dat het bij voorbaat zinloos is om de bescherming van deze autoriteiten in te roepen, omdat de Poolse autoriteiten samenwerken met de drugsbende, heeft eiser evenmin aannemelijk gemaakt. Gelet op het voorgaande heeft verweerder dan ook deugdelijk gemotiveerd dat de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk is.
Ten aanzien van het beroep
5. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Ten aanzien van het verzoek om een voorlopige voorziening
6. De gevraagde voorziening strekt er toe de uitzetting te verbieden totdat is beslist op het beroep. In het onderhavige geval is er geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening, gelet op het feit dat de rechtbank heden op het beroep heeft beslist.
Ten aanzien van het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank,
in de zaak geregistreerd onder nummer: NL25.37965,
- verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter,
in de zaak geregistreerd onder nummer: NL25.37966,
- wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, rechter, tevens voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Belhaj, griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen één week na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Europese Unie.
2.Protocol nr. 24 inzake Asiel voor onderdanen van lidstaten van de Europese Unie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
3.Polen riskeert tik op de vingers,
4.6 mei 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:3030 en 9 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:14448.