ECLI:NL:RBDHA:2025:19497
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Syriër met status in Bulgarije wegens ontbreken erbarmelijke omstandigheden
Eiser, een Syriër met internationale bescherming in Bulgarije sinds februari 2024, diende een asielaanvraag in Nederland in mei 2025. Hij stelde dat zijn verblijf in Bulgarije onder erbarmelijke omstandigheden was en dat hij vanwege zijn gezin in Nederland wilde verblijven. De minister wees de aanvraag af wegens niet-ontvankelijkheid, stellende dat eiser geen voldoende pogingen had gedaan om zijn situatie in Bulgarije te verbeteren en dat er geen sprake was van een situatie die zijn basisbehoeften ernstig bedreigde.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij wordt aangenomen dat Bulgarije de bescherming biedt die vereist is. Eiser slaagde er niet in dit vermoeden te weerleggen met objectieve informatie over ernstige schendingen na statusverlening. Zijn medische en woonsituatie in Bulgarije waren niet zodanig dat zij een uitzondering rechtvaardigen. Ook de door eiser aangevoerde catch-22 situatie werd niet als voldoende aangemerkt.
Ten aanzien van het gezinsleven oordeelde de rechtbank dat het verblijf van zijn echtgenote en kind in Nederland geen reden is om eiser verblijf in Nederland toe te staan. De echtgenote en kinderen uit een eerdere relatie vallen niet onder de bescherming van artikel 8 EVRM Pro in deze procedure. De rechtbank vond geen aantoonbare belemmeringen voor gezinsleven in Bulgarije.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de asielaanvraag. Eiser krijgt geen verblijfsvergunning en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt afgewezen.