ECLI:NL:RBDHA:2025:19491
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag mvv wegens ontbreken hechte persoonlijke banden en meer dan gebruikelijke afhankelijkheid
Eiseres, een Syrische vrouw geboren in 1952, diende een aanvraag in voor een mvv met het doel verblijf als familie- of gezinslid bij haar kleinzoon en diens gezin. De minister wees deze aanvraag af omdat niet was aangetoond dat er sprake was van een beschermenswaardig familieleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, met name ontbraken hechte persoonlijke banden en een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht heeft vastgesteld dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij onderdeel uitmaakte van het gezin van haar kleinzoon of dat er sprake was van samenwoning. Diverse verklaringen van de kleinzoon over de woonsituatie waren inconsistent, waardoor niet kon worden vastgesteld dat er hechte persoonlijke banden bestonden. Ook het contact tussen eiseres en haar kleinkinderen overstijgt volgens de rechtbank niet de gebruikelijke omgang.
Ten aanzien van de relatie met de ouders van de kleinzoon stelde de rechtbank vast dat eiseres geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie kon aantonen. Er was onvoldoende bewijs van samenwoning of financiële afhankelijkheid. Ook medische klachten en hulp van buren en dochters in Syrië maakten exclusieve afhankelijkheid niet aannemelijk.
De rechtbank vond dat de minister terecht geen belangenafweging hoefde te maken, omdat niet was voldaan aan de voorwaarden voor het aannemen van beschermenswaardig familie- of gezinsleven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, zonder terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van hechte persoonlijke banden en meer dan gebruikelijke afhankelijkheid.