ECLI:NL:RBDHA:2025:19414
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser diende een beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 31 oktober 2023 en moest binnen zes maanden beslissen. Deze termijn werd met negen maanden verlengd op grond van WBV 2023/3. Daarnaast gold een besluitmoratorium voor Syrië van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, waardoor de beslistermijn met een jaar werd verlengd tot maximaal 21 maanden.
Eiser stelde de minister op 14 februari 2025 schriftelijk in gebreke om alsnog binnen twee weken te beslissen. De rechtbank oordeelde dat deze ingebrekestelling te vroeg was, omdat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter O. Veldman in aanwezigheid van griffier M.M. Mulder en op 11 september 2025 in het openbaar bekendgemaakt.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.