ECLI:NL:RBDHA:2025:1900
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De rechtbank Den Haag heeft op 6 februari 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Kroatië als verantwoordelijke lidstaat was aangewezen en het verzoek tot terugname door Kroatië was aanvaard.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer toepasbaar is vanwege mishandeling en slechte opvang in Kroatië, wat zou leiden tot een risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete en structurele aanwijzingen heeft geleverd die de hoge drempel van zwaarwegendheid overschrijden, zoals vereist volgens het arrest Jawo en recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast stelde eiser dat de minister artikel 17 van Pro de Dublinverordening had moeten toepassen vanwege bijzondere, individuele omstandigheden. De rechtbank vond dat de minister dit voldoende had gemotiveerd en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat overdracht aan Kroatië onevenredige hardheid zou opleveren.
De rechtbank wees het beroep af en verklaarde het ongegrond, waarbij zij tevens oordeelde dat eiser geen proceskostenvergoeding krijgt. De uitspraak werd gedaan door rechter J.M. Emaus en griffier F.E. Brokke.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.