Uitspraak
1.De procedure
2.Standpunten van partijen
3.De beoordeling
Bevoegdheid
4.De beslissing
[verweerder],voornoemd, in staat van faillissement;
advocaat te Den Haag;
Rechtbank Den Haag
Verzoeksters hebben een verzoek tot faillietverklaring van verweerder ingediend op basis van een verstekvonnis waarin verweerder werd veroordeeld tot betaling van een bedrag van €162.383,87. Verweerder betwistte de pluraliteit van schuldeisers en stelde dat er slechts één schuld en één schuldeiser zou zijn. De rechtbank oordeelt echter dat op grond van artikel 6:15 BW Pro ieder van de verzoeksters een eigen vorderingsrecht heeft en dat deze vorderingsrechten deel uitmaken van afzonderlijke vermogens, waardoor sprake is van pluraliteit.
De rechtbank constateert dat de vorderingen van verzoeksters al geruime tijd onbetaald zijn gebleven, wat wijst op de toestand van hebben opgehouden te betalen. Verweerder heeft geen andere schuldeisers en ontkent niet de vordering van verzoeksters, maar ontkent wel de faillissementstoestand. Na summier onderzoek is echter vastgesteld dat verweerder niet meer betaalt aan meerdere schuldeisers.
Op grond van deze bevindingen verklaart de rechtbank verweerder in staat van faillissement, benoemt een rechter-commissaris en een curator, en geeft de curator opdracht om de post van verweerder in te zien. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: Verweerder wordt failliet verklaard wegens het niet betalen van meerdere schuldeisers en de toestand van hebben opgehouden te betalen.