ECLI:NL:RBDHA:2025:18931
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.L.M. Steinebach - de Wit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid en kennelijke ongegrondheid
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit dragende homoseksuele man, diende op 24 februari 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De minister wees deze aanvraag op 11 juli 2025 af als kennelijk ongegrond, omdat eiser onvoldoende geloofwaardig had gemaakt hoe zijn homoseksuele gerichtheid zich ontwikkelde en welke problemen hij daardoor in Gambia ondervond.
Tijdens de zitting op 11 augustus 2025 diende eiser laat een aanvullend rapport in, dat door de rechtbank wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing werd gelaten. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht vond dat eiser onvoldoende inzicht gaf in zijn seksuele gerichtheid, relaties en de situatie in Gambia. De verklaringen waren oppervlakkig en inconsistent, en eiser kon niet aannemelijk maken dat hij een reëel risico liep.
Verder werd geoordeeld dat de afwijzing als kennelijk ongegrond terecht was, omdat eiser zich niet onverwijld had gemeld voor asiel na binnenkomst in Nederland. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond wegens ongeloofwaardigheid van de homoseksuele gerichtheid.