ECLI:NL:RBDHA:2025:18918
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland volgens Dublinverordening
Eiser diende op 31 juli 2025 een asielaanvraag in bij Nederland. De minister nam deze aanvraag op 3 september 2025 niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling, een besluit waartegen eiser beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat Nederland terecht Duitsland als verantwoordelijke lidstaat aanmerkt op grond van de Dublinverordening. Het verzoek van eiser om uitstel van de zienswijze wordt afgewezen omdat hij niet voldoet aan de beleidsregels en niet is verschenen bij de afspraak met zijn gemachtigde.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt voor Duitsland vanwege vrezen terugkeer naar Tunesië, maar de rechtbank vindt dat dit niet aannemelijk is gemaakt. Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening faalt omdat geen concrete aanwijzingen zijn dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt.
De rechtbank benadrukt dat eiser in Duitsland zijn situatie moet toelichten en dat de Dublinverordening niet bedoeld is om verblijf bij familie in Nederland te verkrijgen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.