ECLI:NL:RBDHA:2025:18835
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis bij een referent. Eerder had de rechtbank bij uitspraak van 4 november 2024 het eerste beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen een termijn een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Ondanks deze uitspraak heeft verweerder nog steeds geen besluit genomen, waarop eiser opnieuw beroep instelde op 9 april 2025. Verweerder voert aan dat de aanvraag inmiddels in behandeling is en dat nader onderzoek zal worden aangeboden, maar heeft nog geen besluit genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De rechtbank handhaaft de beslistermijn en legt een verhoogde dwangsom op wegens het uitblijven van het besluit. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten en vergoedt het griffierecht aan eiser.
De uitspraak benadrukt dat capaciteitsproblemen geen geldige reden zijn voor het niet tijdig beslissen en dat de dwangsom een prikkel moet zijn om het bestuursorgaan tot tijdig besluiten te bewegen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen twee weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.